Paul Hoogenboom

klarinet

Ik bezocht Lencois het voor het eerst in 1993 met Yvonne en mijn broer Ser, toen woonachtig in Brazilie. Op een avond raakten we verzeild in een cafetaria, 'Lanchonete Curiosidades' genaamd; met een inderdaad curieus interieur. Vreemde tafels en vitrinekasten met een inhoud die niets met eten te maken had. Het geval was dat de de ouders en voorouders van de eigenaar, Senhor Oswaldo, in de diamantmijnbouw hadden gewerkt.


Ser, senhor Oswaldo en Yvonne


Echt een curiositeit: perfect rondgesleten zwerfkeien uit de rivier!

 Eind 19deen begin 20steeeuw waren de Chapada Diamantina en Borneo de enige gebieden in de wereld waar de zwarte diamant werd gevonden; de hardste soort die er was en om die reden zeer gewild in de olie-industrie: boorkoppen werden daarmee van tanden voorzien. Een tand uit zo’n boorkop had in die dagen een waarde van $ 250.000.  De tunnels tussen Italie en Zwitserland zijn met deze boorkoppen geboord. 


Een tandje uit de boorkop: $ 250.000

De soort was echter te zeldzaam om aan de steeds grotere vraag te kunnen voldoen en de olie-industrie zag zich genoodzaakt met een zachtere diamantsoort te gaan werken. De handel stortte in en de zwarte diamant - niet geschikt als edelsteen - werd waardeloos; de boorkop heeft dan ook jaren ongemoeid in de vitrine van Oswaldo kunnen liggen.


Links in de vitrine: buisjes met zand uit de omgeving.

De tafels in Oswaldo’s eethuisje waren gemaakt van de hardhouten schalen waarmee men vroeger in de rivier het grind en gruis stond te spoelen op zoek naar edelstenen. De schalen hadden een diameter van ruim een meter. Tijdens de maaltijden deden ze dienst als schaal waar men gezamenlijk uit at. In het cafetaria stonden ze als tafel opgesteld; op een driepoot en voorzien van een glazen blad. De vitrines stonden vol met artefacten uit die voorbije periode; foto’s, landkaarten, landmeetinstrumenten, gereedschappen, weegschaaltjes, geweren, edelstenen, een serie perfect rond gesleten zwerfkeien, buisjes met het gekleurde zand uit de omgeving, een doosje kolibri’s ter grote van een flinke hommel, motten ter grote van een hand en allerlei opgezette kevers en torren. 

       

 

Kolobri's ter grootte van een vingerkootje.   

                                                                                                  

Reuze mot.

Na het eten kwam Oswaldo met een pen met diamantpunt;  je mocht je handtekening achterlaten op het tafelblad.

 Aan de huizen in Lencois kun je zien dat het ooit een welvarend stadje is geweest.    

    


    

Toen we de 'Lanchonete Curiosidades' in 2003 nog eens wilden bezoeken was het verdwenen. Met enige moeite konden we Senhor Oswaldo opsporen en hebben hem een bezoekje gebracht. De spullen stonden opgeslagen; de schalen stonden op hun kant in de gang, in zijn huiskamer stonden de vitrines onder een laken. Hij was er nog niet in geslaagd iemand te vinden die geinteresseerd was om het erfgoed te beheren. Het waren - in elk geval daar - de laatste tastbare herinneringen aan de diamantmijnbouw in de Chapada Diamantina. Misschien...voorgoed verdwenen.